
Knuffels bij de woning waar het drama zich voltrok.© MediaTV
De hulp aan kinderen en jongeren in een pleeggezin schiet tekort. Het zicht op de ontwikkeling van sommigen is slecht door gebrek aan personeel en een gebrekkige samenwerking, en stevig leiderschap ontbreekt. Dat blijkt uit onderzoek dat is ingesteld naar aanleiding van het Vlaardingse pleegmeisje. De moeder van het meisje vindt het goed dat dit onderzoek is gedaan, maar blijft nog wel met veel vragen achter.
Inspecties trekken de conclusies in twee verschillende rapporten. Bij de jeugdbescherming is vaker geconcludeerd dat het beter moet en nu dus weer. Voor de pleegzorg is het de eerste keer dat die helemaal onder de loep is genomen, weet de NOS.
Aanleiding voor onderzoek was het pleegmeisje in Vlaardingen, dat zwaargewond in het ziekenhuis belandde. Daar is veel misgegaan, concludeerde de inspectie. Maar de problemen spelen in de hele sector, blijkt nu.
Onbeantwoorde vragen
“Eerdere onderzoeken gingen echt over haar zaak. De onderzoeken van vandaag gaan over de gehele jeugdzorg”, zegt Bart Visser van Namens de Familie namens de moeder van het pleegmeisje. “Ze zegt: ‘Het laat nog best wel veel vragen open. Maar op zich goed dat er zo goed onderzoek is gedaan.”
Hij gaat verder: “Er is nooit goed naar haar dochter geluisterd. Ze is letterlijk niet gehoord en dat geldt voor de moeder zelf ook. Ze heeft veel signalen gegeven dat het in dit gezien niet goed zat. De grote vraag: ‘Waarom is mijn kind dit overkomen”, die vraag wordt niet beantwoord.”
De moeder zit vooral nog met vragen over haar leven en dat van haar dochter, vertelt Visser. “Wat is er nou precies gebeurd? En gaan de medewerkers die daar een rol in hebben gespeeld, gaan die dan nog een keer verantwoording over afleggen? Het zijn uiteindelijk de pleegouders geweest die verdacht worden van de grove mishandelingen, maar de vraag is wel: wat krijgen we daar nog over te horen?”
Weinig contact
Uit het onderzoek dat donderdag is gepubliceerd, blijkt onder andere dat er te weinig contact is met kinderen die in een kwetsbare situatie zitten. Dat zien de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid. Zo wordt een verplichte jaarlijkse controle op de veiligheid binnen een pleeggezin niet genoeg uitgevoerd.
Ook moet een kind meerdere keren per jaar een-op-een contact hebben met een pleegzorgbegeleider, maar dat gebeurt regelmatig helemaal niet. Een begeleider is daardoor afhankelijk van wat een pleegouder zegt en dat kan risico’s opleveren.

Moeder Vlaardings pleegmeisje wil erkenning: ‘Instanties hebben niet geluisterd’
Hoge werkdruk
Het beperkte contact komt voornamelijk door gebrek aan personeel en dus een hoge werkdruk. Een pleegzorgbegeleider heeft gemiddeld zo’n 20 kinderen onder zich. Maar dat aantal kan in uitzonderlijke gevallen oplopen tot meer dan 30.
“Door de hoge werkdruk stoppen mensen met het werk”, zegt hoofdinspecteur Angela van der Putten. “Er moeten dan weer nieuwe pleegzorgbegeleiders komen, die ingewerkt moeten worden. Daarmee wordt de druk alleen maar groter.”
Goede screening
Positief is dat de screening van pleeggezinnen op orde is. Toen het pleegmeisje uit Vlaardingen in het ziekenhuis belandde, werden bij de nauwkeurigheid van de screening vraagtekens gezet. Ten onrechte, zo blijkt uit dit onderzoek.
Ook de matching tussen het kind en pleeggezin loopt goed. Het wordt wel steeds moeilijker kinderen onder te brengen door het oplopende tekort aan pleeggezinnen. Zo’n 900 kinderen wachten op een pleeggezin.

Het huis in Vlaardingen waar het drama zich heeft afgespeeld.© MediaTV
Tekorten
Niet alleen aan pleeggezinnen is een tekort, ook aan andere hulp. Zorg bij het verwerken van trauma’s bijvoorbeeld. Soms moeten kinderen een jaar op passende hulp wachten, terwijl een rechter heeft geoordeeld dat het onmiddellijk nodig is.
Tot slot verloopt de samenwerking tussen organisaties niet goed. Bij een pleeggezin is vaak zowel een pleegzorgbegeleider als een jeugdbeschermer betrokken. Die werken vanuit andere organisaties, maar duidelijke afspraken ontbreken.
“Beide zorgverleners weten soms van elkaar niet wie wat doet”, vervolgt hoofdinspecteur Van der Putten. “Dan bestaat het risico dat er helemaal geen zicht meer op het kind is.”

‘Moeder en zusje Vlaardings pleegmeisje stellen zorgorganisaties aansprakelijk’
Bijzondere samenloop
De problemen binnen de sector vallen de medewerkers niet aan te rekenen, benadrukken de inspecties. De medewerkers zijn betrokken bij de kinderen en werken hard om er het beste van te maken. Met succes, want alle ondervraagde pleegkinderen zeggen goed geholpen te worden door de pleegzorgbegeleider.
Wel zijn de bestuurders van de organisaties aan zet. De ruimte is er, volgens de inspecties, om pleegkinderen vaker een-op-een te spreken. Ook moeten incidenten beter bijgehouden worden, om ervan te leren.
Mentoren
Daarnaast moeten de organisaties meer aandacht hebben voor mentoren van pleegkinderen. Er wordt binnen de pleegzorg steeds meer ingezet op zo’n mentor, die gedurende langere tijd steun biedt aan een kind. Bestuurders moeten zorgen dat kinderen ervan afweten en dat er vanuit de organisatie naar wordt geluisterd.
Voor zowel de sector als de overheid is er dus werk aan de winkel, zo blijkt. Het kan op veel plekken beter. Toch verwachten de inspecties niet dat het snel weer zo mis kan gaan als bij het pleegmeisje uit Vlaardingen. “Dat was wel echt een hele bijzondere samenloop van omstandigheden”, zegt hoofdinspecteur Van der Putten.

Mishandeld Vlaardings pleegmeisje ‘zou niets meer kunnen’ maar verbaast nu met de stappen die zij zet
Grenzen stellen
Betrokken organisaties erkennen dat de zorg aan kinderen in de pleegzorg en jeugdbescherming beter moet. “Jeugdzorgorganisaties zijn aan zet om in een ingewikkelde praktijk goede hulp te bieden”, zegt Nicolien van den Berg, bestuurslid van branchevereniging Jeugdzorg Nederland. “We moeten grenzen stellen aan wat wel of niet haalbaar is. Dat zal soms pijn gaan doen.”
Sinds het kritische inspectierapport over het pleegmeisje uit Vlaardingen zijn er al wel stappen gezet, benadrukt de branche. Van den Berg: “We zijn bijvoorbeeld bezig beter naar kinderen te luisteren, ook als er weinig tijd is. Ook werken we aan het beter vastleggen van gesprekken in de dossiers.”