
Politie bij de juwelierszaak na de poging tot overval van Damian B.© Flashphoto
Voor de derde keer in een jaar tijd is juwelier Verkade het slachtoffer van een overval of poging daartoe. De eigenaar staat op 21 mei van dit jaar in zijn winkel aan de Hoogstraat in Schiedam als hij twee jongens voorbij ziet lopen, hun gezicht bedekt. Ze proberen de zaak binnen te dringen met een vuurwapen, maar de deur zit op slot.
Kort daarna wordt Damian B. (20) uit Hoogvliet aangehouden. Hij wordt onder het spinrag en blaadjes gevonden door de politie. Hij probeerde zich te verstoppen, maar dat was niet gelukt. In zijn telefoon wordt in een bericht de tekst ‘gannoe’ teruggevonden, dat in straattaal staat voor de term geweer. “Voor zover ik weet is dat geen pistool. Het kan een tikfout zijn”, zegt de 20-jarige ongeïnteresseerd tijdens zijn rechtszaak, meldt streekomroep Twee.
Overval op juwelier mislukt
‘Rambo spelen’
Het blijkt dat de man in eerdere verhoren al heeft toegegeven betrokken te zijn bij de overvalpoging. Over de reden hiervan verklaarde hij eerder mondjesmaat. Verdachte B. heeft volgens de officier van justitie (OvJ) gezegd dat de poging tot overval ‘leuk en spannend was, een soort van Rambo spelen.’
Op een ander moment verklaarde hij dat hij geld nodig had. “Ik leef al lang op andere mensen, ik wil iets terugdoen.” Maar als Damian opnieuw naar de feiten wordt gevraagd zegt hij tegen de rechter: “Zwijgrecht. Je hebt een bepaalde toon, ik heb daar geen zin in.”
Snauwen naar de rechter
Zijn advocaat gaat met Damian in gesprek om hem rustig te krijgen, maar het lijkt weinig effect te hebben. Volgens de advocaat vindt de 20-jarige het spannend om zijn verhaal te doen. Als er aan hem gevraagd wordt of dat klopt, of dat hij denkt ‘beter te zijn’ dan iedereen in de zaal, reageert hij boos. “Wat vind jij? Het is goed laat maar, je hoort me perfect. Ik vind het niet spannend. Ik heb geen zin mijzelf te herhalen. Ik heb daar geen behoefte aan”, snauwt hij de rechter toe.
Hierna stoppen de vragen aan Damian vanuit de rechters en ook de officier van justitie wil geen vragen meer stellen. “Ik heb honderd vragen, maar ik ga ze niet stellen”, zegt de officier.
Mijn vrouwelijke medewerkers zijn doodsbang
eigenaar juwelierszaak
Het is voor de eigenaar van de juwelierszaak niet de eerste keer dat hij in de rechtbank is. Al vier keer eerder woonde hij een rechtszaak bij na een (poging tot) overval op zijn winkel. “Na de vorige vier rechtszaken dacht ik hier niet meer terug te komen. Sinds de vorige overval zijn mijn vrouwelijke medewerkers doodsbang. Ik kan ze niet meer alleen laten.”
Lachend hoort Damian de eigenaar van de winkel aan als hij zijn verhaal doet. Er wordt aan hem gevraagd wat hij van de woorden van de eigenaar vindt. “Ik heb niks te zeggen. Jammer hè. Mag ik niet lachen? Moet ik huilen?”
Het blijkt dat Damian borderline-achtige symptomen heeft. Ook is hij vroeger gepest en had hij een lastige thuissituatie, volgens de OvJ. Door zijn psychische problemen kan, volgens de reclassering en de rapporten van psychologen, de overval hem minder worden aangerekend. Ook had de 20-jarige voordat hij vast kwam te zitten een probleem met alcohol en drugs.
Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) is een psychische aandoening waarbij emoties, relaties en zelfbeeld sterk en wisselend zijn. Mensen met BPS ervaren vaak intense stemmingsschommelingen, angst om verlaten te worden en impulsief gedrag. Dit kan leiden tot instabiele relaties en innerlijke onrust. Met behandeling en steun kunnen klachten verminderen en stabiliteit toenemen.
‘Schijt aan iedereen’
De advocaat van B. zegt dat hij door een tekort aan hulp van instanties in het verleden het vertrouwen in deze instanties is verloren. Volgens de advocaat heeft B. wel degelijk spijt van zijn daden, maar lukt het hem niet dat in de rechtszaal te vertellen. “Straf is meer dan vergelding. Er moet ook naar de toekomst gekeken worden. De verdediging acht een gevangenisstraf passend van niet meer dan zes maanden”, stelt de advocaat.
De OvJ ziet dit anders en vindt dat na het gedrag van Damian in de rechtbank dat hij een zwaardere straf moet krijgen dan eerst gedacht. “Ik tref hier iemand aan die disrespectvol naar iedereen aan het lachen is en schijt aan iedereen heeft.” De officier van justitie zegt te betwijfelen of een voorwaardelijk deel zin heeft. “Ik betwijfel of hij zich aan de gemaakte afspraken gaat houden, als hij zich zo gedraagt op juist een dag wanneer je de beste versie van jezelf moet laten zien.” De officier eist daarom een gevangenisstraf van twee jaar met aftrek van de drie maanden die B. al in detentie zit.