
De Vlaardingse pleegouders die worden verdacht van zware mishandeling van een 10-jarig meisje verschenen vrijdag voor het eerst voor de rechter. Over hun beweegredenen zwegen ze.
Een man met een donker baardje in een zwarte hoodie en een volledig in het zwart geklede vrouw met een onopvallende bril nemen vrijdag plaats in het verdachtenbankje in de Rotterdamse rechtbank. Ze ogen onwennig en wat zenuwachtig, maar tonen verder geen emotie. Zij zijn de pleegouders uit Vlaardingen over wie veel te doen is. Deze ochtend verschijnen zij voor het eerst voor de rechter in een voorbereidende zitting, een maand voor de inhoudelijke behandeling van hun strafzaak.
Het stel wordt verdacht van zware mishandeling van een inmiddels 11-jarig pleegmeisje. Haar letsel is zo ernstig dat zij nooit meer een zelfstandig leven kan leiden. Ook zouden ze drie andere pleegkinderen hebben mishandeld.
‘Ik betreur wat er is gebeurd, in een groter geheel, voor iedereen’, zegt de 38-jarige Johnny van den B. tegen de rechter. Maar, voegt hij er aan toe, hij vindt het jammer dat de zaken zo eenzijdig worden voorgesteld. Meer wil hij niet zeggen, hij heeft de rechtbank in een reeks brieven alles al uitgelegd. Zijn partner Daisy W., eveneens 38 jaar oud, kijkt onbewogen voor zich uit als Van den B. spreekt. Zij wil niets zeggen.
Hersenletsel meisje
De zaak kwam aan het licht nadat het toen 10-jarige meisje in mei 2024 zwaargewond in het ziekenhuis belandde, met hersenletsel en botbreuken. Het leidde tot een schokgolf, zeker toen in de voorbereidende zittingen gruwelijke details naar boven kwamen.
De pleegouders worden er niet alleen van verdacht het meisje te hebben geschopt en geslagen, ook zouden ze haar hebben vastgebonden en opgesloten in een kooi. Haar halfzusje, dat eerder bij de pleegouders was weggehaald, zou in de tijd dat ze bij de pleegouders verbleef naakt in een emmer met uitwerpselen hebben moeten staan. Twee broers die een jaar eerder in het gezin verbleven, zouden ook zijn mishandeld.
De rechter wilde de twee verdachten graag zien voor de inhoudelijke behandeling. Op eerdere voorbereidende zittingen waren zij niet verschenen, volgens de advocaat van de pleegvader vanwege de grote media-aandacht. Die zou de verdachten angstig maken.
Summiere verklaring
Hun summiere verklaring werpt weinig licht op wat het stel tot hun daden heeft gedreven. In eerdere zittingen zeiden hun advocaten dat de pleegouders zich geen raad wisten met de gedragsproblemen van het meisje. Zij zou zichzelf veel van het letsel hebben toegebracht.
Beide pleegouders hebben een stevige persoonlijkheidsstoornis, oordelen deskundigen van het Pieter Baan Centrum, waar zij eerder dit jaar verbleven voor observatie. W. zou geen empathie hebben, wantrouwend zijn en trekken vertonen van een borderlinestoornis. Van den B. kreeg de diagnose agressiestoornis. Hij zou zich prettig voelen bij de macht die hij ervaart bij geweld tegen kwetsbare kinderen. Ook zou hij zijn eigen problemen niet onder ogen willen zien. Beiden moeten behandeld worden in een tbs-kliniek, adviseren de deskundigen.
Het meisje maakt kleine stapjes vooruit, zegt de officier van justitie. Twee dagen per week gaat zij naar een zorgboerderij. Zij kan inmiddels weer lopen, zij het wat houterig. Maar haar hersenletsel is zo ernstig dat ze functioneert op het niveau van een peuter.
Confrontatie
De biologische moeder van het Vlaardingse pleegmeisje heeft deze zomer een civiele procedure aangespannen tegen jeugdbeschermingsorganisatie William Schrikker en pleegzorgorganisatie Enver, die betrokken waren bij haar twee dochters. Zij zouden nalatig zijn geweest bij het beschermen van de meisjes. De ernstige mishandeling was volgens haar advocaat te voorkomen geweest, bijvoorbeeld als de twee meisjes bij een tante waren ondergebracht.
Deze ochtend volgde de biologische moeder de zitting via een livestream. De biologische moeder van de twee broers die eerder in het gezin zijn mishandeld, zat in de zaal. Voor hen was het ‘heel heftig’ om deze pleegouders nu voor het eerst te zien na wat er is gebeurd, zegt hun woordvoerder Bart Visser. ‘Ze keken heel erg tegen deze confrontatie op, maar ze hebben niet de antwoorden gekregen die ze hoopten te krijgen.’ Op 6 november begint de inhoudelijke behandeling van hun strafzaak.