
De vondst van nazi-roofkunst aan een muur in een Argentijns huis, klinkt bij Zuid-Amerikanen in de oren als aflevering van The Simpsons. Correspondent Peter Schouten vertelt hoe het AD-verhaal zelfs impact heeft voor president Javier Milei. „Normaal gesproken loopt alles hier volgens het ‘Zuid-Amerikaans tempo’, maar deze keer niet.”
Hoe is dit hele avontuur eigenlijk begonnen?
Peter Schouten: „De collega’s bij het AD zaten al tien jaar in het spoor van de Duitse familie Kadgien. Rond de tachtigste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog werd mij gevraagd om contact te zoeken met de dochters van die familie. Nu was het zaak om naar hun woonplaats Mar del Plata te reizen. Daar viel mijn oog op het ‘te koop’ bord in de voortuin. Tot mijn grote verrassing stond tussen de foto’s van de makelaarssite plots een afbeelding van een schilderij dat Nederland al tachtig jaar zocht.”
De ontdekking kreeg al snel internationale media-aandacht. Hoe voelde dat voor jou?
„We realiseerden ons dat het groter was dan gedacht. Na publicatie in het AD stroomden de reacties binnen. Alleen al dinsdag gaf ik twaalf interviews aan media uit onder meer Argentinië, Australië en de Verenigde Staten. Argentinië neemt het extra ter harte, gezien de gevoelige geschiedenis rond nazi-vluchtelingen die het land kent.”
Wat willen Argentijnse journalisten vooral weten?
„Ik krijg veel vragen over onze beweegredenen en hoe het contact met de familie tot stand kwam. Voor de lokale journalisten is het bijna ongelooflijk dat een Nederlandse journalist meerdere keren aan de deur staat, niet direct gehoord wordt, maar uiteindelijk toch zo’n enorme vondst doet. Dat het schilderij al die tijd in een huiskamer hing, en dan ook nog bij mensen die hun huis proberen te verkopen, klinkt voor velen bijna als een scène uit een aflevering van The Simpsons. Ze kunnen het nauwelijks geloven.”